Dow-theorie

Als grondlegger van de technische analyse wordt gezien: Charles Dow (de naam van de belangrijkste index op Wallstreet is Dow Jones. Deze naam is samengesteld uit de naam van Charles Dow en de naam van Edward Jones).

De Dow-theorie is één van de oudste theorieën in de technische analyse. Zoals elke theorie heeft ook deze theorie een aantal basisuitgangspunten. Het gaat te ver om al die uitgangspunten uit te werken, maar we zullen er wel een aantal de revue laten passeren. De theorie van Charles Dow berust op een aantal basisideeën, die tevens als basis gezien worden voor de technische analyse:

1.) Het gemiddelde verdisconteert alles
Charles Dow stelde dat elke factor die de vraag en/of het aanbod van aandelen beïnvloedt, kan worden weergegeven in een indexcijfer van die aandelen. Zo onstaat er een index voor een markt waarin die aandelen zijn vertegenwoordigd. In Nederland is daarvoor als duidelijkste voorbeeld te noemen de AEX-index. Hierin zijn dus een groot aantal fondsen vertegenwoordigd. Elk fonds weegt op een bepaalde manier mee in de samenstelling van de index. De AEX-index geeft het gemiddelde aan van de in die index verhandelde fondsen. Alle prijsbepalende factoren zijn in die index verwerkt.

2.) Op de aandelenmarkt kan er een onderverdeling worden gemaakt in drie trendbewegingen
Charles Dow stelde dat de aandelenmarkt onderverdeeld zou kunnen worden in drie trendbewegingen:

a. Hoofdtrend
Dit is de basisbeweging die één tot meerdere jaren kan duren op de aandelenmarkt. De termen die daarin door u misschien al vaak gehoord zijn: BULL-Market (een trend waarin de aandelen omhoog gaan – stijgende trend) en BEAR-Market (een trend waarin de aandelen omlaag gaan – dalende trend). Charles Dow was ervan overtuigd dat de meeste beleggers in aandelen, deze (hoofd)richting van de beurs in de gaten hielden.
b. Secundaire trend
Dit is een correctie op de hoofdbeweging en heeft een tijdelijk karakter. De duur van deze correctie is meestal een periode van 6 weken tot 1 jaar. Binnen een neergaande hoofdtrend (BEAR) heet een correctiebeweging: technisch herstel (hoewel de hoofdtrend negatief is, gaan de koersen tijdelijk omhoog).
Binnen een opgaande hoofdtrend (BULL) heet een correctiebeweging: technische reactie (hoewel de hoofdtrend positief is, gaan de koersen tijdelijk omlaag).
c. Tertiaire trend
In deze trend is er sprake van een beweging die meestal minder dan 6 weken duurt en dagelijkse koersschommelingen geeft in de secundaire trend. Dit is dus een duidelijke korte termijn beweging. Deze tertiaire trend heeft binnen de Dow-theorie geen echt bijzondere waarde.

3.) In de primaire trend zijn er meestal drie afzonderlijke fases te onderscheiden
Charles Dow stelde vervolgens dat er in de primaire (hoofd)trend drie afzonderlijke fases zijn te onderscheiden:

a. Accumulatiefase
In de koersontwikkeling van aandelen speelt berichtgeving een grote rol. In de accumulatiefase stappen de meest geïnformeerde beleggers (pensioenfondsen, levensverzekeringsmaatschappijen, enzovoort) in (uit) de markt, omdat zij alle negatieve (positieve) berichten al hebben ‘verwerkt’. Als er veel ingestapt (gekocht) wordt betekent dat uiteraard dat de koersen zullen stijgen. De vraag wordt namelijk groter dan het aanbod. Andersom geldt dan uiteraard dat als er veel wordt uitgestapt dat de koersen zullen dalen. Het aanbod van aandelen is dan groter dan de vraag.
b. Trendvolgersfase
In deze fase worden de meeste trendvolgers actief (omdat ze zien dat de koersen gaan stijgen/dalen) en daarmee gaan de koersen sneller stijgen/dalen. Tevens verbetert (verslechtert) het nieuws over bedrijven en over de economie in zijn totaliteit.
c. Instapfase
Duidelijk mag zijn dat in deze fase steeds meer beleggers in (uit) de markt stappen, omdat het goede (slechte) nieuws steeds breder bekend wordt. Dat betekent dus dat de koersen (nog) verder omhoog (omlaag) gaan. Dit is vaak het moment dat de grote institutionele beleggers hun aandelen verkopen om hun winsten te verzilveren (of opnieuw aandelen gaan inkopen).

4.) De gemiddelden moet bevestigd worden door de verandering van de indexcijfers
Deze uitspraak is gebaseerd op het verband dat aanwezig is tussen het gemiddelde van de industrie en het gemiddelde van de transport. Voor het verkrijgen van een goed signaal als het gaat om de verandering van een trend is het noodzakelijk volgens Dow dat deze tweee gemiddelden elkaar bevestigen. Dit principe is gebaseerd op de gedachte dat een economie zich niet kan ontwikkelen, als de goederen die getransporteerd moeten worden niet naar de markt gebracht zouden kunnen worden. Een positieve ontwikkeling in de industrie, betekent ook een positieve ontwikkeling in de transportsector.

5.) Het volume (de verhandelde hoeveelheid aandelen) moet de trend op de aandelenmarkt bevestigen
Ook dit principe is redelijk logisch te verklaren. Het belangrijkste op de markt van vraag en aanbod is het aantal verhandelde aandelen. Charles Dow stelt dat het handelsvolume, dus het totale aantal verhandelde aandelen, moet toenemen in de richting van de primaire (hoofd) trend. Dat betekent met andere woorden dat het volume toeneemt bij stijgende koersen als er sprake is van een stijgende primaire trend. Ook nemen de volumes toe op het moment dat de koersen dalen in een primaire trend die dalend is.

Andersom geldt ook dat bij dalende koersen in een stijgende primaire trend, het volume afneemt en dat dat ook het geval is op het moment dat de koersen stijgen in een dalende primaire trend.

6.) Een trendbeweging blijft net zolang geldig totdat er een duidelijk signaal is dat er een ommekeer is in die trendbeweging
Ook hier weer een uitgangspunt, namelijk: de kans op voortzetting van een trendbeweging is groter dan de kans op een trendomkeer. Er moeten dus duidelijke signalen zijn dat er echt sprake is van een trendomkeer, voordat een trendbeweging die gaande is inderdaad stopt.

Meest genoemde kritische kanttekeningen bij de Dow-theorie

Uiteraard is de theorie die ontwikkeld is door Charles Dow onderhevig aan bepaalde kritiek. De meest gehoorde kanttekeningen zijn:

a. De hantering van de Dow-theorie houdt volgens de critici in dat signalen van een trendverandering vaak te laat komen. Zo zou het koopsignaal pas in de tweede fase van de primaire trendbeweging duidelijk zichtbaar zijn. Gemiddeld wordt hierdoor 20% tot 25% van de trend gemist. Een en ander is echter wel inherent aan een theorie die trendvolgend is.

b. Een ander kritiekpunt is dat de Dow-theorie alleen een duidelijk houvast geeft aan de lange-termijn belegger. Een belegger die zich meer richt op de korte termijn heeft beduidend minder aan het bepalen van de primaire trend.

c. Het belangrijkste bezwaar was in het verleden steeds dat het niet mogelijk was om een koersindex te kopen. De Dow-theorie is gebaseerd op gemiddelden en niet op specifieke aandelen. Tegenwoordig is dat wel mogelijk omdat er te handelen is in opties en futures op de index.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.